Arrow Rock 2004

Arrow Rock Festival, Lichtenvoorde, 13 juni 2004

De verpletterende conclusie van 1 dagje Arrow Rock op zondag 13 juni bleek achteraf:  Steve Vai met een heel uitgebreid voorprogramma en nog wat bands na. Zo, weer een fan er bij, Stevie. Maar laat ik niet op de zaken vooruit lopen.

Arrow rock maakte vanaf vorig jaar naam als “ouwelullenfestival” met veel gevestigde namen in de overwegend gitaar-georienteerde (hard-)rockhoek. Je zou kunnen zeggen dat er een behoudend programma stond, maar daarvoor is met teveel liefde voor muziek een selectie gemaakt uit bands waar toch een aanzienlijk deel van de muziekliefhebbers nog steeds warm voor loopt. Verwacht dus geen beschouwingen over vernieuwingen in de popmuziek of zo, want daar ging het op deze drie dagen absoluut niet om.

Waar ging het deze zondag wel om? Nou, om sfeer en weer natuurlijk en met beiden is het goed gekomen. Na een verregende zaterdag stond de zondag in het teken van aangenaam weer met regelmatig zon. En ondanks een iets tegenvallend bezoekersaantal was de sfeer ook prima. Een zeer gemeleerd publiek waaronder echte rockers in vol ornaat met tattoos, lang haar en spijkerjasjes, maar ook verstofte notarisklerken met een ver verleden in de hardrock die nu met vrouw en kind eens even kwamen kijken hoe Iron Butterfly het er van af bracht. Wat zij voorgeschoteld kregen op respectievelijk het hoofdpodium en het podium in de grote tent was in ieder geval meestal om van te smullen. De aftrap werd gedaan door de metalband Symphony X, waar ik bijna niets van gezien heb. Een half uurtje later volgde Caravan. Op het podium centrale persoon Pye Hastings met een redelijk oude ploeg muzikanten om zich heen, waaronder oudgediende Jan Schelhaas op keyboards. Jonkie van de groep was de 41-jarige gitarist Doug Boyle, die een geweldige partij snarenwerk weggaf. Net zoals de violist/fluitist (wiens naam ik even niet meer weet) vielen de solo’s op door hun onverwachte, vaak jazzy, wendingen. Hoogtepunten hier waren de flitsende 1-2 tjes tussen viool en gitaar. Muzikaal OK, maar toch ook wel wat gedateerde muziek hier en daar. In ieder geval lekker om in de stemming te komen.

In de tent verzamelden zich inmiddels de nodige fans van Saga, de symfo-band die al heel wat optredens achter de rug heeft. Dit optreden werd gekenmerkt door een enorme power en strakheid. We hadden hier heel duidelijk te maken met een paar oude rotten, die geroutineerd maar gedreven hun pompeuze symfonische rock krachtig neerzetten. De stem van Michael Sadler klinkt nog steeds prima. En met een show vol rook, lichteffecten, 8 (!) keyboards en community singing werd dit een prima optreden. Hoewel de nummers af en toe wat eenvormig zijn (reden om ze op plaat minder te waarderen), komt de muziek in de live-uitvoering er prima van af.

Even rust gezocht met de muziek van Iron Butterfly en Heart ver op de achtergrond. De laatste kwam dan ook wat verwaaid over en klonk eerlijk gezegd ook een beetje afgezaagd, echte Amerikaanse cliche-rock. Maar dit is verre van een gewogen oordeel.

Om half zeven startte G3, de combinatie van 3 meestergitaristen, dit keer Robert Fripp, Steve Vai en Joe Satriani. Met een optreden van 4 uur voor de boeg was het de vraag wat we voorgeschoteld zouden krijgen. Nou, dat viel in eerste instantie niet mee, met een half uur ambient-synthesizergeluiden voortgebracht uit de gitaar van Robert Fripp. Stoicijns op zijn gitaar kijkend zat de man ergens aan de zijkant van het podium wat in zichzelf gekeerd te frobelen op zijn gitaar, af en toe aan de knoppen van zijn equipment draaiend. Een crescendo fluitconcert vanuit het publiek werd zijn deel, al leek het hem niet te deren. Op zich wel interessante klanken, maar niet voor een publiek dat gitaarrock verwacht. Dat publiek kwam wel aan zijn trekken bij G3-part two: mr. Steve Vai. Hij startte met een gitaar met 3(!) halzen en trok gelijk van leer met waanzinnige soli. Bij het tweede nummer voegde zich daar een band bij, waaronder mede-gitaarbeul (en toetsenist) Tony Macalpine, oudgediende bassist Billy Sheehan, een derde gitarist en een drummer die volgens mij een verre neef van “Animal” uit de muppets-show was. En potverdomme, wat een set werd daar neergezet. Ik heb het woord “ongelooflijk” al vele malen laten vallen, maar dat is ook de meest treffende beschrijving. Om te starten met de omlijsting: de band stond als een huis, superstrak, superenthousiast, supergoed, superkrachtig. Hoewel het genre, instrumentale hardrock, mij op papier helemaal niet aan zou spreken, hoorde je zoveel fantastische muzikale ideeen langskomen dat volgens mij Bach himself, zou hij nog leven, hieraan nog plezier zou hebben beleefd. Hoofdpersoon in dit overdonderende gebeuren was natuurlijk mr. Vai zelf. Een vent met een enorm charisma, lang, slank, wapperende manen, olijke blikken het publiek in en telkens in zijn hele houding en uitdrukking helemaal opgaand in de waanzinnige solo’s die hij links en rechts in een niet aflatend tempo op de uitzinnige menigte liet neerdonderen. Muzikaal geweld in tempo, volume, techniek, maar vooral in inhoud. De zwevende hemel. 5 kwartier genieten van een gitaristisch orgasme. In een woord: wauw!

Van tevoren had ik meer verwacht van Joe Satriani dan van Steve Vai. Van Satriani kende ik in ieder geval een paar platen. Dat werd natuurlijk een moeilijke zaak na zo’n overweldigend optreden. En of het nou hieraan lag, of aan het op dat moment tot belachelijke proporties opgeblazen volume (ik werd bijna letterlijk de tent uitgeblazen!), er was geen ruimte meer om nog goed te kunnen luisteren. Na een korte onderbreking heb ik nog wel even kunnen genieten van de afsluiter, de drie heren Fripp, Vai en Satriani samen, die onder andere covers van King Crimson en Neil Young lieten horen, maar helaas weer op een volume waarvoor de actiegroep “stop de Bulderbaan” zich flink op uit zou kunnen leven.

Maar ach, kom op, we hadden onze portie binnen. We hadden zoveel fraais binnen dat we Yes overgeslagen hebben. Met dank aan Steve Vai was de indruk die overbleef, daags na het festival, opgesloten in de fluitende stilte van onze napiepende oren, overweldigend. En daarom, Arrow had wat mij betreft ook wel :Steve Vai and friends kunnen heten.