Lowlands 2016

Ingeklemd tussen twee weken met éindelijk mooi weer in Nederland, beloofde juist het Lowlandsweekend 2016 een hele slechte te worden. Alsof Jildou, Hekon, Charlotte, Kim en ik het niet verdiend hadden! Achteraf kunnen we alleen maar concluderen dat het eigenlijk grotendeels heel goed festivalweer is geweest. En bovendien: We gaan de hoogtepunten onthouden en niet de regenbuien. De zitjes in de zon. De briesjes door de tenten, verwarmd door duizenden mensen voor het podium. De warme gloed van stuit naar kruin bij momenten van genot, zoals bij Philip Glass, of James Blake. De vulkanische erupties bij orkestrale rock-tsunamis van Muse of Last Shadow Puppets.

Dag 1 begon traditioneel te vroeg. Althans, wij waren te laat. (je verkijkt je altijd op de tijd die je nodig hebt om het terrein op te komen). Maar Pumarosa kreeg de dagprijs voor hun hypnotiserende alternatieve rock met als bepalend beeld hun in zilveren jurk geklede charismatische frontvrouw. In diezelfde Charlie was het optreden van Highly Suspect eerder voor mij als keuze uiteindelijk aantrekkelijker dan NAO op hetzelfde moment in de India. Ik had er geen spijt van, goed optreden, zanger met een goeie strot, goeie songs. De voorgenomen Paul Kalkbrenner in de Alpha werd geruild voor het nog onbekende Roosevelt in de X-ray, waarbij de zeer gladgestreken maar erg lekkere electropop voor gemengde reacties zorgde en we het optreden niet helemaal uitzagen. De reacties bij Edward Sharpe & the Magnetic Zeros waren eenduidiger: Mwah… Dat werd “Waaah!” bij Oscar & The Wolf in de Alpha, want dat was erg goed! De nogal intieme en zwoele electronische pop knalde er toch goed uit op het mooi aangeklede podium. Stiekem verdachten we Max Colombie er van de effecten van Muse vast ingezet te hebben, want spectaculaire effecten als vuurkanonnen verwacht je niet zo snel bij hem. Mooi optreden, helaas ook weer qua geluid niet top. Op veel plekken waren de bassen wel erg overheersend en gingen details in het geluid verloren. Dat was níet het geval bij Muse, maar dat heb ik van de mensen gehoord die wél gegaan zijn. De keuze voor mij was bombast of bombay en het werd uiteindelijk… Gallowstreet. Toeval, daar langs gelopen en gepakt door de enorme power van 10 blazers en percussie.
Eerste dag afgesloten met eclectisch dansen bij DJ St. Paul en nog wat mislukte pogingen in een te volle Heineken en te monotone Bravo.

Ook op dag 2 waren we te laat, maar het kan ook zijn dat dag 1 gewoon te laat eindigde. Dus Ry X heb ik niet gezien. En voor Matt Corby kwamen we een kwartier te laat en dat was zonde, want wat bij dat optreden vooral opviel was de mooie, relaxte sound van de jazzy band en zijn goede stem. Dat de songs goed zijn wisten we al. Qua podiumpresentatie zou je kunnen zeggen: Welke podiumpresentatie? Maar ach, zo’n extreem relaxte manier van op het podium staan in je grijze slobber-shirt heeft ook wel weer z’n charme.
Na een tijdje zon, gewoon zon (!) en een school-of-life college van psychiater/neurowetenschapper Damiaan Denys over “wat is normaal” (eigenlijk niets) (nee, echt!), was het weer tijd voor meer muziek, zoals een staartje Kamasi Washington. Op plaat kom ik niet door de veelgeroemde jazz heen, maar live was het wel erg gaaf om te horen. Hoppen van de Staat (als altijd weer erg gaaf) naar Jack Garratt (maar die hadden Jildou en ik al in Doornroosje gezien, was wel weer erg leuk) en daarna naar de surpriseact van de dag. Dankzij speurwerk van Hekon was het sterke vermoeden dat “Don’t die on me now” in de India wel eens Jet Rebel zou kunnen zijn. Nou had ik die al twee keer op Huntenpop gezien, waarvan de laatste keer een week geleden. En ik had het idee: Leuk, maar niet echt iets dat me pakt. Sterker, het optreden een week eerder vond ik matig. Dit keer werd mijn oordeel 180 graden omgedraaid. Zonder aanvankelijk eerst echt goed te luisteren werd ik steeds meer de muziek ingetrokken. Goede songs, goed geluid, goede performance, goede band. En naarmate het concert vorderde viel me pas op hoe geweldig er gespeeld werd. Duellen van gitaar met saxofoons, en als klap op de vuurpijl een weergaloze solo in een bijna traditioneel bluesnummer. Zo eentje waar je tegenaan kunt leunen, in verdwijnen en dan kilometers ver meegesleurd worden. Zo eentje waarvan je denkt: Daar is muziek voor uitgevonden. 2e hoogtepunt van de zaterdag.
Snel daarna volgde het 3e hoogtepunt, tegelijk met het meterologische dieptepunt: Een enorme hoosbui begeleid door stormvlagen. Ik belande uiteindelijk doorweekt en ijskoud in de Charlie, maar eindigde weer volledig warmgestraald door de waanzinnige psychedelische rock van King Gizard & the Wizard Lizard. Het spectrum liep van punk tot jazz met scheuten symfo, met als gemeenschappelijk kenmerk: tomeloze inzet en goede songs.
In de belendende Heineken pakte ik nog een stuk M83 mee, grootse synthpop, waarbij ik vaak aan een moderne versie van Jean Michel Jarre moest denken. Grootse sound, grootse lichtshow, een bad van synthsounds en best mooi, maar wel afstandelijk.
Bepaald niet afstandelijk was het alweer 4e hoogtepunt: Weval. Amsterdams dance-duo die het optreden heel subtiel begon. Met de synthesizers tegen elkaar geplaatst borduurden ze aanvankelijk mooie ijle klanken die gedurende het uur uitgroeiden tot breed uitwaaierende danceritmes. Geen harde techno-achtige klanken maar mooie subtiele klanktapijten. Luisterdance. Erg goed optreden!
Met de toch wel in mijn oren heel erg monotone techno van Steffi sloot ik het eerste stuk zondag af, want….

Die zondag kwam Philip Glass al vrij vroeg! En dat wilde ik niet missen. Jamie Woon eigenlijk ook niet, maar daar heb ik in de stromende regen nog maar een paar (goede!) nummers van gehoord. Daarna was het dik 1,5 staan om de bijna 80-jarige meester zelf met ensemble en begeleidende film te zien. Koyaanisqatsi, live uitgevoerd. Dat moet je meemaken! Dat hád ik ook al meegemaakt, in de jaren ’80, maar in deze setting was het heel erg bijzonder en een overweldigend hoogtepunt van het hele festival. Børns stond daarna op het lijstje, maar er was eigenlijk alleen maar ruimte voor een tijdje niets. Bovendien vond ik het zo net buiten de Charlie een stuk minder aantrekkelijk klinken dan wat ik tot nu toe aan heel goede nummers van Børns ken.
Een beetje veilige reggae van Damian Marley is op zo’n moment wel een leuk tussendoortje om via the Internet (weer een matige sound bij op zich hele lekkere jazzy soul met hip-hopvibe) bij Anderson .Paak te belanden. Weer een hoogtepunt, want: Stuiterballende hip-hop met soul & jazz, gebracht door een uiterst enthousiaste meedrummende ras-artiest. Malibu is een van de beste platen van dit jaar en de nummers van dat album werden redelijk anders op de planken gezet. Echt een heel fijn optreden.
Hoewel ik James Blake-fan ben was de vrees voor het optreden van hem ná Anderson .Paak dat het wel een enorm contrast zou zijn. Dat was het uiteraard ook. De sombere ultra-trage elektronische muzikale poëzie van Blake is schitterend, ook in de Bravo, maar uiteindelijk vond ik de meerwaarde van het optreden ten opzichte van de plaat te weinig. Terwijl ik dat van the Last Shadow Puppets juist wel verwachtte, en dat klopte! Ras-entertainers Miles Kane en Alex Turner (Arctic Monkeys) zetten met een gelikte, maar toch spontaan ogende en enthousiaste show, compleet met goed klinkende strijkers, een heel erg genietbaar rock-spektakel op, vol extreem goede songs. Eindigend in een bijna Pink Floyd achtige apotheose. Maar niet nadat ze op z’n Robbie Williams nog even samen gecrooned hadden. Bij dat stukje zág je ze bij wijze van spreken al op de toog in een Engelse pub staan trouwens. Dat ik daardoor Kaytranada mistte was volgens het enthousiasme van Hekon natuurlijk helemaal fout, maar als er twéé goede optredens tegelijk zijn, tsja… Je mist altijd meer dan je meemaakt.
Het einde van Lowlands 2016 werd uitgeluid met nog 2 hoogtepunten. Eerst de volvette energievolle nerveuze dance-rock van LCD Soundsystem. (Leuk detail: Charlotte spotte James Blake en zijn bandleden dansend precies naast ons!). De band was goed op dreef, met een geluid vol mooie (analoge) synthesizers en percussie en volgens onze oordelen klinkend als een kruising tussen Talking Heads en Depeche Mode. Maar dan op dubbele snelheid.
Op driedubbele snelheid, maar het kan ook vier, acht of twintig zijn geweest, was het laatste hoogtepunt: Noisia. Speciaal voor dit soort optredens is er een woord bedacht: Wow. Ik bedoel: WOW! Niet geschikt voor al te fijnbesnaarde oortjes, wel geschikt voor mensen met chronische sinusitis, nierstenen, of obstipatie, want werkelijk alles wordt losgetrild door de extreme beats en bassen van Noisia. M’n iPhone bleek zonder oplader ineens op 389% te staan. Kan ook door de extreme lichtshow gekomen zijn. Maar wat een geweldig energiek einde van Lowlands 2016. Want na dit optreden was het voor ons allemaal wel welletjes geweest.
Maar niet voor lang. Want de slogan van deze Lowlands 2016 komt op conto van Kim die het volgende spontaan uitbracht: Ik ga nooit meer niet naar Lowlands.
Dus!